Stichting ter bevordering van de volledige uitgave van de correspondentie van Desiderius

Erasmus

ANBI

Over de culturele en maatschappelijke waarde

Het vertalen en uitbrengen van de complete correspondentie van Erasmus is een ambitieus project. Het is in zekere zin te vergelijken met het Rembrandt Research Project, een initiatief van NWO, dat bij vraagstukken over de echtheid de gouden standaard is geworden. Enige jaren geleden is ook (in samenwerking met het Huygens Instituut van de KNAW) de correspondentie van Vincent van Gogh uitgebracht. Dit zijn allemaal projecten die Nederland glans en status geven. Zou Erasmus, als een van de grootste humanisten van Europa, deze eer dan niet verdienen?

De Nederlandse vertaling ontsluit de brieven voor Nederlanders. Wij lezen nu niet meer óver Erasmus, maar lezen Erasmus zelf en zijn tijdgenoten. Wij zijn niet langer aangewezen op wat anderen over hem zeggen, maar kunnen nu zelf een beeld vormen van de man en zijn werk.

Erasmus stond midden in het leven, de grote geschiedkundige gebeurtenissen stroomden door hem heen, het straatgeruis weerklinkt volop, en dat alles vindt zijn weerslag in de brieven. Er is dan ook bewust voor gekozen geen bloemlezing samen te stellen, maar de 3141 brieven integraal uit te geven. Wat opvalt als je de brieven in de juiste volgorde leest, is de lichtheid en gevarieerdheid van Erasmus’ stijl, niet alleen in vergelijking met die van zijn tijdgenoten, maar ook nu nog. De brieven van Erasmus ontlenen hun kracht juist aan de enorme afwisseling zowel in thema’s als in stijl als in de personen aan wie ze geadresseerd zijn.

Die variatie komt ook tot uiting in de enorme verscheidenheid van Erasmus’ correspondenten. Erasmus was een netwerker van het eerste uur, maar hij wist dat netwerk van vrienden, enthousiaste aanhangers, kennissen en vijanden ook op meesterlijke wijze te bespelen.

Over de wetenschappelijke waarde

Het uitwisselen van brieven is de voornaamste manier om met geestverwanten in contact te komen en te blijven. Daardoor ontstaat op de drempel van de vijftiende naar de zestiende eeuw die Europese ‘Republiek der letteren’, waarvan Erasmus de ongekozen maar onbetwiste president blijkt te zijn. Hij schrijft in totaal 3141 brieven, op papier gezet vanaf 1484 tot enkele weken voor zijn dood te Bazel in 1536. Zijn correspondenten zijn verspreid over heel het beschaafde Europa en hij richt zich tot uiteenlopende figuren, zij het wel allemaal mensen ofwel van geleerdheid, ofwel van invloed, liefst van beide.Het gaat Erasmus vooral om het christelijk humanisme.

Hij wil terug naar de bron van het christendom en brengt onder andere een nieuwe, gezuiverde vertaling van het Nieuwe Testament uit. In zijn laatste jaren van zijn leven voltooit hij een van zijn omvangrijkste werken: de Adagia, een verzameling van ruim vierduizend spreekwoorden en wijsheden. Erasmus hoort bij de eerste generatie intellectuelen die gebruik maakt van het revolutionaire medium van de drukpers. Door de snelle verspreiding van brieven en boeken is er al gauw een netwerk van gelijkgestemden ontstaan, voor wie alles draait om de klassieke humaniora. De levende, literaire taal van de antieke denkers en dichters komt in de plaats van de onpersoonlijke dogmatische logica van de middeleeuwse scholastiek. Helder schrijven is helder denken. Erasmus wordt een van de belangrijkste vertolkers van dit humanistische beschavingsideaal.

dichters8c3