Stichting ter bevordering van de volledige uitgave van de correspondentie van Desiderius

Erasmus

ANBI

Een vakkundige redactieraad van neolatinisten zorgt voor de grote lijn in het geheel, bewaakt het vertaalproces en de kwaliteit van de vertaling en brengt waar nodig correcties aan. De vertalers zijn gerenommeerde wetenschappers die vertrouwd zijn met het werk van Erasmus.

Redactie

Prof.dr. C.L. Heesakkers
Prof. Heesakkers was als neolatinist verbonden aan de Leerstoelgroep Historische Nederlandse Letterkunde van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. De lijst van zijn wetenschappelijke publicaties over Erasmus en diens tijd is te lang om hier weer te geven. Momenteel is hij bezig met een tekstkritische editie van twee apologieën van Erasmus tegen Alberto Pio van Carpi, en met een bio-bibliografie van Neolatijnse auteurs uit de Nederlanden.

Dr. I.P. Bejzcy
István Bejczy (1965) is als historicus verbonden geweest aan de universiteiten van Nijmegen, Freiburg en Toronto. Hij is auteur van vele boeken en artikelen over de intellectuele geschiedenis van Middeleeuwen en Renaissance, handboeken van de Nederlandse en de middeleeuwse geschiedenis en een aantal vertalingen uit het Latijn. Zijn belangrijkste studie over Erasmus is Erasmus and the Middle Ages: The Historical Consciousness of a Christian Humanist (2001). Daarnaast vertaalde hij van Erasmus Het boek tegen de barbarij en de Lof der geneeskunde. Sinds 2010 is hij directiesecretaris van Stichting Mozaïk (Rotterdam).

Dr. M. d’Hane-Scheltema
Marietje d’Hane-Scheltema studeerde klassieke talen aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en werkte jarenlang als docente aan het Gymnasium Erasmianum in Rotterdam. Zij is een van de productiefste vertalers van oud-Griekse en Latijnse teksten in het Nederlands taalgebied. Daarbij toont ze een duidelijke voorkeur voor poëzie. Sinds 1959 vertaalde ze onder andere de Griekse auteurs Aeschylus en Aristophanes en de Romeinse auteurs Claudianus, Juvenalis, Ovidius en Vergilius. In 1986 ontving zij voor haar Juvenalisvertaling de Martinus Nijhoffprijs, die ze deelde met Jenny Tuin; in 2009 volgde de Oikos publieksprijs voor haar gehele oeuvre.

Dr. T.L. ter Meer
Tineke ter Meer was o.a. werkzaam bij de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), waar zij onderzoek deed naar de Latijnse jeugdgedichten van Constantijn Huygens. Bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verrichtte zij onderzoek naar Erasmus’ Apophthegmata: een bundel met ca. 3000 anekdoten uit de oudheid, bijeengebracht en becommentarieerd door Erasmus. Zij verzorgde een editie van boeken I-IV daarvan, die onderdeel is van de zg. Amsterdamse uitgave van Erasmus’ Opera omnia.

Vertalers

Drs. M.J. Steens (deel 1 t/m 5)
Theo Steens is oud-docent aan het Erasmiaans Gymnasium en kenner van het humanisten-latijn. Hij is de initiator van de vertaling en vertaalde zelf de brieven 1 t/m 841. Dat hij dat uitnemend heeft gedaan bewijzen de recensies.

Dr. T.L. ter Meer (deel 6, 13 en 16)
Zie hiernaast.

John Piolon (deel 7 met dr. I.P. Bejczy)
John Piolon is classicus en autodidact-hebraïst. Sinds 1980 is hij docent oude talen aan het koninklijk atheneum te Gent. Hij vertaalde van Erasmus De Turkenkrijg en Julius en Het leven van Hieronymus, alsmede Het verbod vlees te eten. In België verscheen onlangs zijn vertaling van Erasmus’ Pantser, om de Vrije Wil te beschermen tegen de Slaafse Wil van Maarten Luther.

Ton Osinga (deel 8 met dr. T.L. ter Meer)
Ook Ton Osinga is vertrouwd met het werk van Erasmus. Hij vertaalde eerder met prof.dr. C.L. Heesakkers Erasmus’ Verweerschriften (Athenaeum Polak & Van Gennep).

Dr. J.C. Bedaux (deel 9, 12, 14 en 15)
Jan Bedaux (1945) studeerde klassieke talen in Leiden en was tot aan zijn pensionering werkzaam bij Stadsarchief en Athenaeum-bibliotheek in Deventer. Naast zijn proefschrift Hegius poeta schreef hij diverse publicaties, hoofdzakelijk op het gebied van de Deventer geschiedenis en het Neolatijn. Hij is thans bezig met deel 12 en heeft het voornemen ook deel 15 voor zijn rekening te nemen.

Dr. F.P.T. Slits (deel 10)
Frans Slits (Gemert 1946) is classicus en woont in Venlo. Hij studeerde klassieke talen in Nijmegen, aan wat tegenwoordig de Radbouduniversiteit heet. Hier promoveerde hij in 1990 op Het Latijnse Stededicht. Bijna veertig jaar is hij docent Latijn en Grieks geweest aan scholen in Venlo en Panningen. Daarnaast publiceerde hij boeken en artikelen over leven en werken van de zestiende-eeuwse schoolleider Georgius Macropedius uit Gemert; over de hertogelijk drukker van Cosimo de Medici te Florence, Laurentius Torrentinus (die ook uit Gemert stamde), en zijn vriend en medewerker de graecus Arnoldus Arlenius Peraxylus uit Aarle-Rixtel. Tevens was hij redactiesecretaris van het boek Duizend jaar Sint-Martinusparochie. Facetten van de geschiedenis van Venlo (Maastricht 2000).

Drs. R. Tuizenga (deel 11)
Rob Tuizenga (1943) studeerde klassieke talen, klassieke archeologie en Italiaans aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1969 werd hij leraar klassieke talen in Arnhem en Velp en in 1975 werd hij benoemd tot rector van het Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt te Amersfoort.

Dr. R. Buning (deel 14)
Robin Buning studeerde klassieke talen aan de Universiteit Leiden en volgde een minor redacteur/editor aan de Universiteit van Amsterdam. Hij specialiseerde zich in Neolatijn en schreef zijn doctoraalscriptie over Joannes Meursius’ Rerum Belgicarum liber unus van 1612. Hij werkte als bureauredacteur bij een uitgeverij voordat hij aio werd aan de Universiteit Utrecht binnen het project ‘Descartes and his network’. Zijn proefschrift gaat over de zeventiende-eeuwse Utrechtse hoogleraar in de filosofie Henricus Reneri. Robin Buning vertaalde eerder Neolatijnse teksten op het gebied van geografie en wiskunde ten behoeve van Marcel van den Broecke’s Ortelius’ Theatrum Orbis Terrarum (1570-1641) (Utrecht 2009) en Descartes’ Geometrie (Amsterdam 2011).